Amsterdam UMC: de vraag van vandaag bepaalt de kleding van morgen
Wie denkt dat bedrijfskleding in een ziekenhuis vooral draait om schone jassen en broeken, ziet maar een klein deel van het verhaal. Achter elke witte jas schuilt namelijk een complexe keten van leveranciers, wasserijen, logistiek en uiteindelijk verwerking. Voor Gies Buijserd, projectmanager Kleding, Linnen & Gordijnen bij Amsterdam UMC ligt juist dáár de grootste uitdaging: hoe maak je die keten zo circulair mogelijk?
‘Ons doel is niet om winst te maken, maar om mensen beter te maken’, deelt Gies. Vanuit diezelfde maatschappelijke verantwoordelijkheid kijkt hij ook naar bedrijfskleding: volgens hem hebben grote publieke organisaties de verantwoordelijkheid om de markt in beweging te brengen. Hij neemt daarom ook deel aan de werkgroep Kennis van de Community Circulaire Bedrijfskleding (CBK), waarin organisaties en bedrijven kennis en ervaring delen rondom circulaire bedrijfskleding. ‘We moeten niet alleen nadenken over de kleding die we vandaag inkopen, maar vooral over wat er over vijftien jaar mee gebeurt.’
De keuzes die we nu maken, bepalen nog jarenlang hoe circulair onze bedrijfskleding uiteindelijk wordt.
Een ziekenhuis draait op textiel
Met zo’n 18.000 medewerkers - verspreid over de locaties AMC en VUmc - is Amsterdam UMC een grootverbruiker van bedrijfskleding. Dagelijks halen artsen, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals hun kleding uit uitgifteautomaten.
Achter die eenvoudige handeling gaat een enorme logistieke operatie schuil: in totaal zijn er ongeveer 60.000 kledingstukken nodig om iedereen van schone kleding te voorzien. ‘Mijn werk zit precies tussen de dagelijkse operatie en de toekomst in’, vertelt Gies. ‘Je wil dat de logistiek vlekkeloos verloopt, maar tegelijkertijd wil je ook blijven nadenken over hoe het in het vervolg slimmer en duurzamer kan.’
Die toekomst komt snel dichterbij. Binnen enkele jaren start Amsterdam UMC een nieuwe Europese aanbesteding voor de aanschaf van bedrijfskleding. ‘Zo'n aanbesteding begint al één à twee jaar voordat de eerste medewerker de kleding aantrekt, en daarna gaat zo'n kledingpakket vaak tien tot vijftien jaar mee. De keuzes die we nu maken, bepalen dus nog jarenlang hoe circulair onze bedrijfskleding uiteindelijk wordt.’
De opdrachtgever bepaalt de richting
En die circulariteit begint volgens Gies niet bij de leverancier, maar bij de opdrachtgever zelf. De eisen die een organisatie in een aanbesteding stelt, bepalen namelijk uiteindelijk welke richting de markt op beweegt. ‘Als wij dezelfde vraag stellen als vijftien jaar geleden, krijgen we hetzelfde antwoord. Pas als wíj́, als opdrachtgever, de vraag anders gaan stellen – namelijk richting duurzaamheid en circulariteit – ontstaat er ruimte voor andere oplossingen.’
Daarom wil Amsterdam UMC de markt niet alleen uitdagen, maar ook stimuleren om mee te bewegen door als opdrachtgever bewust andere eisen te stellen. ‘Als we dat niet doen, verandert er niets. Leveranciers blijven dan gewoon leveren wat ze altijd al leverden. We moeten eerst onszelf in de spiegel aankijken.’
Een 'groen vinkje' dat afgedragen kleding wordt gerecycled, is voor ons niet langer voldoende.’
Verder kijken dan recycling zelf
Voor Amsterdam UMC is circulariteit veel meer dan alleen zorgen dat oude kleding wordt gerecycled. ‘We willen niet alleen kunnen zeggen dát het gerecycled is, maar ook weten hóé dat gebeurt’, vertelt Gies. ‘Een 'groen vinkje' dat afgedragen kleding wordt gerecycled, is voor ons niet langer voldoende.’
Daarom kijkt het ziekenhuis verder dan de kledingleverancier en de wasserij alleen: ook textielproducenten, garenleveranciers, vezelproducenten en recyclers worden betrokken bij de voorbereiding van de nieuwe aanbesteding. ‘We zijn de hele keten aan het onderzoeken. Wat hebben recyclers van ons nodig om kleding straks zo goed mogelijk opnieuw te kunnen verwerken? En welke keuzes moeten wij als opdrachtgever aan de voorkant maken zodat die kleding uiteindelijk weer als grondstof kan dienen?’
Die ambitie reikt volgens Gies verder dan hoogwaardig recyclen alleen. ‘Uiteindelijk is het mijn – wellicht naïeve -droom dat alle bedrijfskleding die wij afdanken weer de grondstof wordt voor nieuwe ziekenhuiskleding. Nu bestaat onze bedrijfskleding grotendeels uit polyesterkatoen, maar in de toekomst willen we materialen gebruiken die volledig kunnen worden vervezeld en opnieuw kunnen worden ingezet.’
Die ontwikkeling past binnen de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. ‘Uiteindelijk willen we naar een closed loop: een systeem waarin de vezels uit onze eigen afgedragen bedrijfskleding weer terugkomen in nieuwe bedrijfskleding. Dat is voor mij de mooiste vorm van hoogwaardig recyclen.’
Samen dezelfde vraag stellen
Steeds meer ziekenhuizen gaan met circulariteit aan de slag. Volgens Gies ligt de grootste kans daarom in samenwerking. ‘Veel zorginstellingen kopen vergelijkbare bedrijfskleding in en lopen tegen dezelfde vraagstukken aan.’
Toch is het speelveld volgens hem nog sterk versnipperd. Ziekenhuizen doorlopen ieder hun eigen aanbestedingstraject, terwijl de bedrijfskleding van een ziekenhuis vaak veel lijkt op die van een ziekenhuis twee plaatsen verderop. ‘Juist daarom kunnen we veel grotere stappen zetten als we meer met elkaar optrekken en gezamenlijk eisen stellen of keuzes maken. Dan begrijpen wasserijen, kledingleveranciers en textielproducenten ook welke kant we op willen en kunnen zij zich daarop instellen, waardoor ook voor hen een gezonde markt ontstaat.’
Volgens Gies ligt daar uiteindelijk de sleutel naar een circulaire textielketen. ‘Niet door te wachten op de perfecte oplossing, maar door met elkaar samen te werken en vandaag al de vragen te stellen die de markt morgen verder helpen.’

Gies Buijserd