Oliemengsels
Afvalstof uitgebreid
inzet: verkoop als brandstof na destillatie
Conclusie 1
Uit het voorgaande volgt in beginsel dat er sprake was van een stof waarvan [verdachte rechtspersoon] zich wilde ontdoen en daarmee van een afvalstof. Uit de vaste jurisprudentie van het Hof volgt dat er andere omstandigheden kunnen zijn die aan een stof alsnog het afvalkarakter ontnemen. De vervolgvraag die beantwoord moet worden is dus of, gelet op de andere aangevoerde omstandigheden, zoals de economische waarde van de ladingen, toch niet gesteld kan worden dat het een last betrof waarvan [verdachte rechtspersoon] zich wilde ‘ontdoen’ in de zin van de EVOA.
Conclusie 2
De voorgaande aangevoerde omstandigheden leiden niet tot een andersluidend oordeel. Er is geen sprake van zeker hergebruik of een bijproduct. [verdachte rechtspersoon] wilde zich van het mengsel ontdoen en dat mengsel moet daarom, nog steeds, gekwalificeerd worden als een afvalstof in de zin van de EVOA en de Wm.
Beslissing
- Datum uitspraak:
- 23 april 2026
- Verzoeker:
- Openbaar Ministerie in strafzaak
- Zaaknummer:
- ECLI:NL:RBROT:2026:5457
- Instantie:
- Arrondisementsrechtbank
- Afvalstof:
-
oliehoudende afvalstoffen