Veelgestelde vragen
Op deze pagina vindt u een antwoord op veelgestelde vragen op het gebied van Afvalstof of niet-afvalstof. Ook worden hieronder belangrijke onderwerpen verder toegelicht.
Staat uw vraag hier niet tussen? Of mist u belangrijke informatie? Neem dan contact op met de Helpdesk.
Rechtmatig gebruik betekent dat de houder moet aantonen dat het materiaal voldoet aan stof- en productwetgeving en dat er geen (overwegend) ongunstige effecten zijn op het milieu of de gezondheid van de mens. Zie ook paragraaf 4.3.3 en 4.3.4 (route einde-afval), paragraaf 5.1.2, 5.1.3 en 5.1.4 (route bijproduct) of paragraaf 6.3.2 (route voortgezet gebruik) van de Handreiking afvalstof of niet-afvalstof voor meer informatie.
De route bijproduct is relevant voor productieresiduen die ontstaan uit een productieproces. Voortgezet gebruik is relevant voor materialen die vrijkomen of ontstaan in allerhande situaties, maar die in elk geval nog geen afvalstof waren en niet een residu zijn uit een productieproces. Zie voor meer informatie hoofdstuk 3 van de Handreiking Afvalstof of niet afvalstof.
Of een materiaal een afvalstof is, moet u beoordelen op basis van alle feiten en omstandigheden van dat moment. Maar wanneer moet u een nieuwe beoordeling maken?
Lees verder hoe en wanneer u een nieuwe beoordeling moet maken (pdf, 172 kB)
De beoordeling afvalstof of niet-afvalstof kan in feite op elk moment in de keten worden gemaakt door de houder van het materiaal. Zie voor meer informatie paragraaf 2.5 van de Handreiking Afvalstof of niet afvalstof.
Een positieve economische waarde is op zichzelf onvoldoende om een materiaal als niet-afvalstof aan te merken. Een positieve waarde is wel een indicatie voor het bestaan van een markt.
Het Kennisplatform afval of niet is ter ondersteuning van bevoegd gezag bij de afvalstatusbeoordeling. Hier kan bevoegd gezag vragen om advies en kunnen eigen rechtsoordelen worden besproken in peer-review-verband. Daarnaast ondersteunt het Kennisplatform het bevoegd gezag door het opstellen van praktische tools en formats. Het platform is een samenwerking tussen Omgevingsdienst Nederland, omgevingsdiensten, VNG, IPO en het Rijk.
Informatie over het Kennisplatform afval of niet is te vinden binnen het Kennisnet van Omgevingsdienst Nederland.
Het bevoegd gezag (denk aan gemeenten, provincies en omgevingsdiensten) beslist over vergunningen en houdt toezicht op bedrijven die met afvalstoffen werken. Daarbij is het belangrijk om te weten of een materiaal een afvalstof, een bijproduct of einde-afvalstof is. De regels voor afvalstoffen gelden namelijk alleen als het materiaal als afvalstof wordt gezien.
Soms krijgt u als houder te maken met meerdere bevoegde gezagen. Als u op meerdere locaties actief bent bijvoorbeeld. Elk bevoegd gezag heeft een eigen taak. Wilt u weten welk gezag wanneer de afvalstatus van een materiaal beoordeelt?
Lees dan de Handreiking bevoegdheden bevoegd gezag.
In Nederland oordeelt de houder van een materiaal in eerste instantie zelf of het materiaal een afvalstof of niet-afvalstof is. U bent als houder zelf verantwoordelijk om na te gaan of u aan de regels voldoet. Denk aan: criteria uit een Europese verordening, nationale regeling of de voorwaarden uit de Wet milieubeheer.
Als houder verzamelt u al deze informatie om te kunnen bewijzen dat een materiaal geen afvalstof is. Dit heet een zelfbeoordeling.
Omdat een zelfbeoordeling niet altijd in andere landen gebruikelijk is, is ter informatie een korte uitleg hierover gemaakt in verschillende talen:
Zelfbeoordeling afvalstatus in Nederland (pdf, 71 kB)
Waste status assessment in The Netherlands (pdf, 136 kB)
Een bestuurlijk rechtsoordeel is een schriftelijke toelichting op hoe een bestuursorgaan bepaalde wetgeving uitlegt in een concrete situatie. Met deze toelichting geeft een bestuursorgaan zijn oordeel, zie ook paragraaf 1.4.2 van de Handreiking Afvalstof of niet afvalstof.
De beoordeling afvalstof of niet-afvalstof kan in feite op elk moment in de keten worden gemaakt door de houder van het materiaal. Dus het initiatief kan vanuit iedere houder komen; zowel bij de houder waar het materiaal vrij komt als bij de ontvanger. Het is van belang om duidelijkheid te hebben over de status van een materiaal voordat hier iets mee wordt gedaan of voordat het materiaal wordt overgegeven aan een ander (afvalstoffen mogen immers enkel worden afgegeven aan erkende verwerkers).
Bestuurlijke rechtsoordelen zijn in beginsel geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat een bestuurlijk rechtsoordeel niet gericht is op een rechtsgevolg. Er kan wel sprake zijn van een rechtsgevolg als het bevoegd gezag toetst of sprake is van een afvalstof of niet als onderdeel van een vergunning of voorbereidingsbesluit, of een besluit volgend uit toezicht en handhaving, zie voor meer informatie paragraaf 1.4.2 van de Handreiking afvalstof of niet-afvalstof.
Als er geen rechtsoordeel is afgegeven en als de houder vindt dat zijn materiaal geen afvalstof is, dan zal het bedrijf dat het materiaal onder zich heeft, moeten aantonen dat is voldaan aan de criteria van een Europese verordening of nationale regeling, of de voorwaarden uit de Wet Milieubeheer en de vereisten van het toetsingskader van het CMP.
Als er wel een rechtsoordeel is afgegeven geeft dat het bedrijf het comfort dat het bevoegde gezag zich al een mening heeft gevormd over die situatie. Toezicht en handhaving zullen dan wel moeten nagaan of de situatie van het bedrijf overeenkomt met hetgeen dat in het rechtsoordeel is aangegeven, als dat niet zo is kan er alsnog handhavend worden opgetreden tegen het bedrijf.
Een rechtsoordeel is een momentopname en van toepassing is op een specifieke casus. Rechtsoordelen kunnen niet één op één over worden genomen bij andere casussen. Zie ook het document hoe en wanneer u een nieuwe beoordeling moet maken.
Een rechtsoordeel kan niet echt vervallen, het is immers een beoordeling op een specifiek moment voor een casus. Maar als de feitelijke situatie of de relevante wettelijke of beleidsmatige context is gewijzigd, dan is een eerder afgegeven rechtsoordeel niet langer van toepassing. Voorbeelden van wijzigingen zijn andere marktomstandigheden, gewijzigde wet- en regelgeving of nieuwe jurisprudentie. Zo kan bijvoorbeeld een materiaal waarvoor eerder een einde-afvalverklaring is afgegeven op basis van een bestaande markt destijds, in de huidige omstandigheden beoordeeld worden als afval wanneer die markt niet langer aanwezig is. De houder is zelf verantwoordelijk om na te gaan of dergelijke wijzigingen hebben plaatsgevonden.