Netwerksturing: hoe gemeenten met lokale netwerken richting circulariteit gaan
Hoe bevorder je als gemeente circulariteit als je niet weet waar je moet beginnen? Marcus Popkema, associate lector Netwerken in een Circulaire Economie aan Hogeschool Windesheim, deed er met zijn onderzoeksteam ruim twee jaar onderzoek naar. Het resultaat: een rapport vol praktische inzichten voor gemeenten en ambtenaren die echt aan de slag willen. 'De ambtenaar die niet in een ambtelijke reflex schiet, maakt de meeste meters in circulariteit.'
Netwerksturing als sleutel
De aanleiding voor het onderzoek was een concrete nood in de regio Zwolle. Marcus vernam dat gemeenten in die regio niet direct wisten hoe ze praktisch konden bijdragen aan het in 2017 ondertekende Grondstoffenakkoord. 'Er was een opgave, maar geen antwoord.' Via een zogenaamd RAAK-publiek onderzoek (door Regieorgaan SIA gefinancierd praktijkonderzoek met maatschappelijke impact, red.) begon hij samen met zeven gemeenten uit de regio aan een zoektocht.
De centrale praktijkvraag was simpel: hoe kun je als gemeente circulaire economie bevorderen? De bijbehorende onderzoeksvraag spitste zich toe op netwerksturing: een gelijkwaardige samenwerking tussen partijen om een complex vraagstuk op te lossen. 'Het begrip netwerksturing bleek meteen een sleutel waarbij de gemeentelijke functionarissen intuïtief konden aanhaken', vertelt Marcus.
Learning communities
Zeven gemeenten deden op basis van zelfselectie actief mee in het onderzoek van hogescholen Windesheim en Saxion: wie wilde, mocht meedoen. Tien andere gemeenten uit de regio schoven aan in een 'tweede ring': aanwezig bij leerbijeenkomsten, maar minder intensief betrokken. Het onderzoek combineerde observaties bij overleggen, interviews en zogenaamde learning communities: bijeenkomsten waarbij gemeenten hun ervaringen deelden, van elkaar leerden en steeds beter wisten wat ze aan circulaire initiatieven deden.
De resultaten van het onderzoek laten een uitdagende praktijk zien.
Van binnen naar buiten
Veel gemeenten beginnen volgens de bekende ambtelijke reflex: eerst intern alles op orde, bestuurlijke verankering regelen, dan pas naar buiten. Maar gemeenten die sneller meters maakten, deden het andersom. Ze gingen eerst naar buiten. 'Zij keken waar energie zat, sloten aan bij bestaande initiatieven en haalden die voorbeelden vervolgens naar binnen om collega's en bestuurders in beweging te krijgen. Sterke voorbeelden zijn cruciaal voor circulaire stappen.'
Marcus noemt enkele van die voorbeelden die er volgens hem uitspringen. De gemeente Meppel verbond alle lokale duurzaamheidsinitiatieven met elkaar. Gemeente Kampen zette samen met een bedrijf en andere partijen een grondstoffen-hub op. En gemeente Zwartewaterland richtte zich op haar eigen inkoop van materialen voor de openbare ruimte. Het bleek een enorme hefboom, want gemeenten besteden jaarlijks vele miljoenen euro’s aan inkoop. Circulariteit kent dus vele gezichten.

Belemmeringen: onzekerheid
Een rode draad door het onderzoek is dat de ambtenaar zelf het belangrijkste instrument is om circulariteit te bevorderen. 'Niet het beleidsdocument, niet de wethouder, maar iemand die durft te verbinden, geitenpaadjes weet te vinden en goed is in koffiedrinken.' Marcus noemt dit ambtelijk ondernemerschap. 'Een ambtenaar is er niet alleen om de politiek te dienen. Een ambtenaar is er om expertise in te brengen en langetermijnbelangen in de gaten te houden.'
Maar er zijn reële belemmeringen. Genoemd worden gebrek aan capaciteit en middelen, een cultuur van zekerheid die weinig ruimte laat voor de onzekerheid van netwerksturing, en onwillende collega’s. 'Bovendien staat de ambtenaar nog voor twee andere onzekerheden: die moet soms nog uitvogelen wat circulaire economie precies is, en wat netwerksturing hierin precies inhoudt.'
Aan de slag
De boodschap van Marcus voor gemeenten en ambtenaren die willen werken aan circulariteit is helder: begin gewoon. 'Dingen veranderen niet door het schrijven van een beleidsdocument. Ze veranderen door partijen te betrekken, goede voorbeelden te delen en mensen bij elkaar te brengen.' Zijn advies aan andere regio's: elke gemeente is uniek, maar de aanpak is overdraagbaar. 'Kijk wat er in jouw netwerk leeft, sluit aan bij bestaande energie, combineer wat je buiten ziet met wat er intern nodig is.' En: 'Bespreek dit onderzoek eens met je collega’s. Vraag je af: wat doen wij al? En wat kunnen we morgen anders doen?'
Wil je weten hoe netwerksturing er in de praktijk uitziet, welke rollen de gemeente daarin speelt en welke handvatten er zijn voor jouw regio? Download het volledige rapport (via HBO kennisbank) of bekijk de projectpagina van het lectoraat Netwerken in een Circulaire Economie van Hogeschool Windesheim. Of neem contact op via: lectoraatnice@windesheim.nl