Wie repareert de meubels van morgen?
Jaarlijks worden in Nederland bijna zes miljoen meubels afgedankt. Een derde daarvan, zo’n twee miljoen stuks, zijn nog prima te repareren. Maar die potentie blijft grotendeels onbenut, omdat er niet genoeg vakmensen zijn.
Het schuurt dus in de meubelsector, ziet Simone Schoutens. Zij is programmamanager van Het Groene Brein namens het programma Reparatiebanen. Ze legt uit wat er nodig is om de sector te veranderen, en hoe het programma er nu voor staat.
Achtergrond
Een stukje achtergrond: in 2023 richtte Het Groene Brein samen met het filantropisch fonds voor toekomstbestendig werk Goldschmeding Foundation een brede coalitie op, genaamd ReUse Alliance. Met als doel: het in kaart brengen van de circulaire meubelsector.
Eén knelpunt kwam steeds terug en trok de aandacht: het gebrek aan vakmensen om meubels te repareren. 'Samen zagen we dat het arbeidsperspectief niet alleen een sociaal vraagstuk was, maar ook een systemische barrière voor de hele grondstoffentransitie,' legt Simone uit. 'Zonder reparateurs geen reparatie-economie.' Het project Reparatiebanen was geboren.
De focus verplaatste dermate naar Reparatiebanen, dat er gezorgd werd voor nieuwe ketenregisseurs (The Bin en Route Circulair) om zich op de andere vraagstukken uit de meubelsector te richten.
Kip-ei-situaties blokkeren de transitie
Hoe ziet die barrière in de meubelsector er precies uit? Om te beginnen: er is sprake van een dubbele impasse. Consumenten zeggen bereid te zijn gerepareerde meubels te kopen, maar er is nauwelijks aanbod. Aan de andere kant willen bedrijven best meer repareren, maar zij kunnen de vakmensen niet vinden. 'Zolang die vraag niet groot genoeg lijkt, zetten opleidingsinstituten geen opleidingen op tot reparateurs. Zo houden die situaties elkaar in stand en wordt de circulaire transitie geblokkeerd', zegt Simone. En dan is er ook nog een subtielere barrière, namelijk dat veel mensen reparatiebanen associëren met gesubsidieerd of marginaal werk.
Barrières doorbreken
Om die barrières te doorbreken, hebben Het Groene Brein en Goldschmeding Foundation zichzelf een doel gesteld: één miljoen gerepareerde meubels in 2030, de helft van de huidige potentie. Om dat te halen zijn volgens Simone een aantal zaken nodig:
- Ten eerste meer opleidingen. 'Niet één grote landelijke opleiding, maar verkorte, regionale trajecten die nauw aansluiten bij wat lokale werkgevers zoeken.'
- Ten tweede: meer succesverhalen die laten zien dat reparatie een serieus beroep is.
- En daarnaast werkt het programma Reparatiebanen met het 7 O’s-model: zeven typen stakeholders die in een regio aan tafel moeten zitten om een reparatienetwerk van de grond te krijgen: Rijksoverheid, decentrale overheden, ondernemers, onderzoekers, onderwijs, maatschappelijke organisaties en de generatie van overmorgen.
Ook vindt Simone het belangrijk dat er verschillende soorten partners in een coalitie aansluiten. 'Neem het voorbeeld van Top Movers. Dat is een verhuisbedrijf, dus niet bij een branchevereniging voor meubelmakers aangesloten. Zulke partijen zijn moeilijk te signaleren, maar zij repareren dus wel. Hun aanwezigheid vult dus een blinde vlek in de markt.'

Successen uit de regio
Het delen van successen kan helpen om stigma’s weg te nemen, en de vraag naar gerepareerde meubels aan te wakkeren. Simone: 'Er zijn enkele koplopers in de sector, zoals verhuisbedrijf Top Movers. Zij doen grootschalige kantoorverhuizingen, zien dat veel van die meubels nog prima bruikbaar zijn, en repareren die ter plekke. Meubelreparatie is voor hen een volwaardig onderdeel van het verdienmodel. De vraag naar goede reparateurs groeit bij hen gestaag. Dit zijn gewoon goed betaalde, reguliere banen.'
Binnen het programma Reparatiebanen zijn vooral in Zwolle, Utrecht en Rotterdam de afgelopen jaren concrete stappen gezet:
- In Zwolle draait al een opleiding meubelreparatie, samen met het Deltion College en een lokaal opleidingsinstituut Cibab Next. Zij draaiden ook een pilot met statushouders om hen betekenisvol werk te geven. Veertien deelnemers volgden de cursus; allemaal vonden daarna werk of leerwerkervaringen. 'Het was een mooi resultaat, maar ook met een eerlijke conclusie. De vraag vanuit bedrijven was nog niet groot genoeg om de opleiding direct te herhalen.'
- In Utrecht ontstonden samenwerkingen tussen stoffeerders, meubelmakers, cursusinstituten en opleiders. Ook wordt er in de regio ingezet op cursussen in upcycling en 'revitalisatie' van kantoormeubels door partijen als Meublowski (lokale meubelstoffeerderij), Buurman Utrecht (circulaire bouwplaats), UP (circulair netwerk) en Nimeto (mbo-vakschool).
- En in Rotterdam loopt een pilot met de gemeente en de milieustraat om medewerkers van de milieustraat te leren welke meubels reparatiepotentie hebben. 'Ook het herkennen van die potentie is een vak.'
Wat kunnen decentrale overheden doen?
Als 1 van de 7 O’s is er ook een belangrijke rol voor decentrale overheden weggelegd. Wat kunnen zij nu en later doen om bij te dragen aan een circulaire meubelsector?
'Op korte termijn: door letterlijk aanwezig zijn', stelt Simone. In Lelystad en Almere bijvoorbeeld schuiven gemeenteambtenaren aan bij de oprichtingssessies voor nieuwe reparatienetwerken. 'En we hebben juist overheden nodig om met ons mee te denken. Hun regionale kennis is onmisbaar.'
Op langere termijn kunnen gemeenten financiële risico's voor werkgevers wegnemen via subsidies op regionale netwerken. Ook is Simone gecharmeerd van een bewezen maatregel om circulair gedrag te bevorderen: reparatievouchers. Daarmee krijgen bewoners korting op het laten repareren van hun meubels. 'Dat creëert vraag, en vraag creëert banen.'
Neem contact op
Wie in de regio een kip-ei-situatie herkent, zoals werkgevers die reparateurs zoeken, of opleidingen die stranden bij gebrek aan markt, kan contact opnemen met Simone via simone.schoutens@hetgroenebrein.nl.
Daarmee doelt Simone niet alleen op meubels. 'Reparatiebanen zijn niet alleen voor de meubelsector weggelegd, denk ook aan elektrische apparaten. Onze aanpak, het bouwen van regionale ecosystemen of reparatienetwerken waarin meubelreparateurs worden opgeleid en worden gekoppeld aan werkgevers die een rol willen spelen in de reparatie-economie, zal per grondstoffenstroom niet veel verschillen. We trekken graag samen op.'