Participatietraject voor invulling van nieuw beleid voor textiel
Voor het Beleidsprogramma circulair textiel 2020-2025 zijn ideeën opgehaald bij diverse partijen. Zowel bedrijven als inwoners en experts konden meedenken. Dit participatietraject vond plaats in 2023 en 2024.
Participatie voor bedrijven en inwoners
Voor het realiseren van een circulaire en duurzame textielketen bracht IenW al in 2020 een beleidsprogramma circulair textiel uit. Hiermee wilde het ministerie hergebruik en recycling van kleding bevorderen en stimuleren dat er meer kleding wordt gemaakt van gerecycled en duurzaam materiaal. Dit beleidsprogramma liep tot 2025. Daarom werd in 2023 gestart met het voorbereiden van een nieuw beleidsprogramma waaraan ook in 2024 werd gewerkt. En net als bij het eerste beleidsprogramma dachten de textielsector en andere relevante partijen mee over de inhoud. In 2023-2024 wilde IenW ook inwoners laten meedenken. Daarom startte het ministerie in juni 2023 een participatietraject dat doorliep tot eind 2024. Het doel van dit participatieproces was om ideeën, behoeften en zorgen van inwoners en belanghebbenden in een vroeg stadium te onderzoeken. Met als resultaat een goed afgestemd en daarmee breed gedragen Beleidsprogramma circulair textiel.
Deze onderdelen werden uitgevoerd:
- Zomer 2023: straatinterviews in Groningen en Breda en een online enquête onder inwoners over minder kopen. Doel: een beter beeld krijgen van de zorgen van inwoners en hun ervaringen bij het aanschaffen, gebruiken en wegdoen van kleding. De resultaten van de enquête zijn inmiddels beschikbaar op de website van de Rijksoverheid.
- Najaar 2023: gesprekken met inwoners tijdens de kledingcafés in Rotterdam en Westervoort en gesprekken met experts. Doel: ideeën ophalen voor het nieuwe beleidsprogramma. Lees de verslagen van de kledingcafés.
- Voorjaar 2024: gesprekken met de partijen uit de textielsector, zoals producenten, gemeenten, recyclers en kringlopen. Doel: ideeën ophalen voor het nieuwe beleidsprogramma.
- Mei 2024: het concept-beleidsprogramma is voorgelegd aan alle stakeholders via een internetconsultatie. Doel: al die stakeholders/doelgroepen de mogelijkheid bieden om te reageren op het concept.
- Najaar 2024: publicatie van het definitieve beleidsprogramma.
Wat is er besproken in de gesprekken met inwoners, experts en bedrijfsleven?
Inwoners vinden dat de overheid een rol heeft om wetgeving in te voeren die zich richt op producenten en merken. Zoals een duurzaamheidslabel, strengere eisen aan de kwaliteit van kleding en beter inzamelen en recyclen van textiel. Ook gaven burgers aan dat er veel prikkels in de omgeving zijn die verleiden tot het kopen van nieuwe kleding. Dit zou aangepakt moeten worden. Lage prijzen zijn voor veel mensen ook een reden om veel kleding te kopen. Omdat duurzame kleding vaak duurder is dan ‘fast fashion’, is het moeilijker voor mensen om te kiezen voor een duurzame optie. Daarnaast zou het makkelijker en aantrekkelijker moeten zijn voor consumenten om tweedehands kleding te kopen en kleding te laten repareren. Ook vinden burgers het belangrijk dat er meer bewustwording moet zijn onder consumenten over de impact van de kledingindustrie.
In de gesprekken met experts en bedrijfsleven ging het vooral over mogelijke maatregelen voor het nieuwe beleidsprogramma. Uit de sessies kwam naar voren dat de plannen zich moeten richten op stappen zo hoog mogelijk op de ‘R-ladder’, zoals minder en bewuster kopen, tweedehands en reparatie. Consumentengedrag zou daar een rol in kunnen spelen. De overheid kan daarop sturen via gedragscampagnes en door het belonen van duurzaam gedrag.
Een andere belangrijke maatregel is het verplichten van het toepassen van gerecyclede kleding voor het maken van nieuwe kleding. Kleding moet vooral gemaakt worden van duurzame en gerecyclede materialen en zonder schadelijke stoffen. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) textiel is een belangrijke maatregel die de overheid heeft genomen naar een circulaire textielketen. Maar het zou niet alleen moeten zorgen voor inzameling, recycling en hergebruik van textiel, maar ook voor duurzaam ontwerp en reparatie. Een andere suggestie was het uniformeren van de gescheiden inzameling van textiel. Dat betekent dat de inzameling van textiel in heel Nederland herkenbaar moet zijn, zodat inwoners precies weten waar ze hun oude textiel kunnen inleveren.
Nederland exporteert veel ingezameld textiel naar andere landen om het te recyclen en hergebruiken. Dat moet zo blijven maar er moeten wel dingen verbeterd worden, zoals strengere eisen aan het sorteren van de kleding zodat het goed aansluit bij de vraag van het ontvangende land. De textielketen omvat de hele wereld. Daarom is het belangrijk dat regels niet alleen niet Nederland worden ingevoerd, maar juist in Europa. Ook is samenwerking met landen binnen en buiten Europa daarom belangrijk om te zorgen dat de hele kledingindustrie meegenomen wordt.
Als laatste werden er ook zorgen uitgesproken over de opkomst van fast fashion en zelfs ultra fast fashion. Deze (ultra)fastfashionbedrijven verkopen vooral online tegen hele lage prijzen veel kleding van slechte kwaliteit, gemaakt onder slechte omstandigheden. De prijzen van deze producten zijn zo laag, dat het voor circulaire en duurzame bedrijven moeilijk is om het daar tegen op te nemen. De overheid zou hier ook maatregelen voor moeten nemen.
Headerfoto van fotograaf Carel de Groot.