Advies op Maat: minder zwerfafval, schonere oevers
Met Advies op Maat hielp Rijkswaterstaat de afgelopen jaren gemeenten en andere gebiedsbeheerders om bronnen van zwerfafval langs de grote rivieren aan te pakken. Gemeenten ontvingen hiervoor advisering, planbegeleiding en een financiële bijdrage voor de uitvoering. Het project loopt nu, na twee jaar, af. Wat is er gezamenlijk bereikt? Adviseurs Stefan van der Wal en Imke Okkerman van Rijkswaterstaat vertellen je er graag meer over.
Recreatieplekken aan rivieren zijn vaak hotspots voor zwerfafval. Vooral in de drukke zomermaanden blijft er veel achter. Eet- en drinkverpakkingen en barbecueresten, maar ook hengels en ander visgerei van recreatieve vissers. Dit afval kan in de rivier belanden en zo richting zee stromen. Imke: “En dat willen we uiteraard zoveel mogelijk voorkomen. Daarom trekken we sinds een aantal jaar samen op met gemeenten en andere gebiedsbeheerders in de aanpak van zwerfafval.”
Daling van 75 procent
De eerste fase bestond uit pilots in Wageningen, Nijmegen, Kampen en Roermond, waar het gedrag van recreanten uitvoerig werd bestudeerd. “Onderzoekers hebben toen letterlijk op het strand gelegen om te kijken wat er gebeurt”, zegt Stefan lachend. “Wanneer ontstaat zwerfafval? Hoe handelen mensen precies? We zagen dat het vaak onbewust gebeurde: afval werd vooral door groepen vergeten mee te nemen, vaak zonder kwade wil.”
Met behulp van deze inzichten konden passende gedragsinterventies worden ontwikkeld gericht op het onbewust beïnvloeden van het gewenste gedrag. De resultaten waren overtuigend. Zo daalde in Wageningen de hoeveelheid zwerfafval in de nameting met welgeteld 75 procent. Dat smaakte naar meer. Aan de hand van het project Advies op Maat werd de aanpak beschikbaar gesteld voor andere riviergemeenten.
Maatwerk aan de waterkant
Hoewel de methode na de pilotfase goed was uitgewerkt, blijft er per recreatiegebied behoefte aan maatwerk. Op elke plek is de situatie namelijk net even anders.
“We beginnen daarom altijd met een gebiedsanalyse”, legt Imke uit. “Wat speelt hier, wie zijn de gebruikers, wat zijn de bronnen van het zwerfafval? Zo kunnen we de interventies goed laten aansluiten op de omgeving en de doelgroep.”
De basis van veel interventies is ‘gelegenheid’ creëren: het zo makkelijk mogelijk maken om afval netjes weg te gooien. Grote, opvallende felblauwe prullenbakken op logische plekken, soms gecombineerd met tasjesdispensers bij de ingang van gebieden waar geen prullenbakken kunnen staan. In deze tasjes kunnen bezoekers hun afval verzamelen. Bij het verlaten van het gebied kunnen ze het zo eenvoudig in één keer weggooien. “Het ligt misschien voor de hand, maar gemak werkt”, zegt Stefan. “Vooral bij recreanten. Als je het makkelijk maakt, is het voor mensen veel aantrekkelijker om het gewenste gedrag te vertonen.”
Een andere veelgebruikte interventie: het plaatsen van een welkomstboog bij de ingang van een gebied. Stefan: “Dit benadrukt dat je het gebied van een ander betreedt, onbewust heeft dat effect op hoe we ons gedragen.” De welkomstboog toont een duidelijk handelingsperspectief: wat moet je doen met je afval? Imke: “Hierbij houden we rekening met de doelgroep. Als er op een plek veel internationale bezoekers zijn, kiezen we er bijvoorbeeld voor om zo veel mogelijk met symbolen te werken.”
Alle disciplines aan boord
De grootste uitdaging ligt in de overgang van plan naar uitvoering. Volgens Imke en Stefan hangt succes daarbij vaak af van een goede afstemming binnen een gemeente.
“We hebben echt geleerd dat je de juiste mensen op het juiste moment aan tafel moet hebben”, vertelt Imke. “Soms is er vanuit Beheer aarzeling omdat het extra werk oplevert om de extra afvalbakken te leggen. Of vraagt het nog wat stappen om de interventies met Communicatie af te stemmen op de gemeentelijke huisstijl.” Sommige projecten liepen daardoor vertraging op, of gingen uiteindelijk niet door. Toch zijn de lessen waardevol.
“Je wilt niet met tien mensen om tafel, maar wel met de belangrijkste collega’s: wie moeten hier vanaf het begin af aan bij betrokken worden?” zegt Stefan. “Pas wanneer je alle disciplines aan boord hebt kom je van papier tot uitvoering.”
Twintig gemeenten deden mee
Via Advies op Maat hebben uiteindelijk zijn zo’n twintig gemeenten het volledige traject doorlopen van gebiedsanalyse tot het uitvoeren van interventies. Met nog zo’n veertig gemeenten is intensief gesproken over de aanpak van zwerfafval door recreatie langs de rivieren, maar is het nog niet tot een volledig voltooid project gekomen.
“Er liggen zo’n honderd gemeenten langs de grote rivieren”, zegt Stefan. “We hebben dus met zo’n twintig procent actief samengewerkt en zijn met meer dan de helft in gesprek geweest. Vooral langs de Waal en de Maas hebben we samen met gemeenten veel bereikt. Rondom de IJssel iets minder, dus daar liggen nog kansen voor de komende jaren.”
Trots op structurele verandering
Gezamenlijk is er een netwerk van mooie voorbeelden ontstaan van grote steden en kleine gemeenten die laten zien dat de aanpak werkt. Waar zijn de adviseurs het meest trots op?
Stefan: “Dat we bij echte hotspots een aanpak van de grond hebben gekregen. En dat je van bewoners en buitendiensten hoort dat het echt werkt. Mensen zien dat het er schoner is, dat ze minder hoeven op te ruimen.” Sommige gemeenten sturen nog steeds foto’s door. “Opruimvrijwilligers in Wageningen lieten bijvoorbeeld zien dat het verschil na de interventie letterlijk zichtbaar was: van eerdere overvolle kruiwagens tot nu slechts een klein hoopje afval. Dat is natuurlijk fantastisch.”
Imke vult aan: “Wat ik het mooist vind om te zien is dat onze adviezen hebben geleid tot structureel beleid, met blijvend effect. We zien dat op de plekken langs de rivieren waar we actief zijn geweest vanuit Advies op Maat de oevers echt schoner blijven. En daar doen we het uiteindelijk natuurlijk voor.”
Ook na Advies op Maat blijft kennis beschikbaar
Met het afronden van Advies op Maat verdwijnt de opgedane kennis niet. Bekijk bijvoorbeeld het overzicht van de verschillende interventies in de pilots. Gemeenten kunnen ook vragen indienen via het contactformulier.
“We blijven bereikbaar voor advies”, zegt Imke. “En we blijven gemeenten stimuleren om de kennis te benutten. Want hoe meer gemeenten ermee werken, hoe groter het effect op de rivieren.”
