Ontwikkelingen
Verdere ontwikkelingen voor het meten van zwerfafval in rivieren
Naast de gevalideerde meetmethoden voor zwerfafval op het wateroppervlak, de oevers en in de waterkolom, voeren we diverse onderzoeks- en innovatieprojecten uit om onze kennis van zwerfafval in rivieren verder te vergroten.
Zo ontwikkelen we nieuwe methoden om zwerfafval op andere locaties in het riviersysteem te meten, bouwen we modellen om het transport van zwerfafval beter te begrijpen en testen we nieuwe technologieën die bestaande monitoringsmethoden kunnen aanvullen of verbeteren.
Ontwikkelen meettechniek zwerfafval in de waterbodem
Niet alle kunststoffen blijven drijven. Sommige soorten plastic hebben een hogere dichtheid dan water en zinken direct naar de waterbodem. Daarnaast kunnen natuurlijke processen ervoor zorgen dat aanvankelijk drijvend afval uiteindelijk zinkt. Zo kunnen organismen zich aan het afval hechten (biofouling), of kan sediment zich ophopen op het oppervlak van het afval.
Om een compleet beeld te krijgen van zwerfafval in rivieren, is het daarom belangrijk om ook de hoeveelheid afval op de waterbodem in kaart te brengen.
Daarom ontwikkelen we momenteel een meettechniek voor zwerfafval op de waterbodem. Hiervoor gebruiken we een Van Veen-happer met een inhoud van 50 liter. Op elke meetlocatie nemen we meerdere bodemmonsters. Deze monsters worden vervolgens gezeefd met een mechanische schudzeef, zodat het zwerfafval kan worden gescheiden van het bodemmateriaal.
Het bodemmateriaal wordt teruggebracht in de rivier, terwijl de aangetroffen afvaldeeltjes in het laboratorium worden geanalyseerd volgens de OSPAR-methodiek. Daarbij bepalen we onder andere het type, aantal en gewicht van het aangetroffen afval.
Deze meetmethode bevindt zich momenteel nog in de pilotfase. Zodra meer resultaten beschikbaar zijn, delen we deze op deze website.
Meer informatie hierover staat in het rapport Rapportage pilot bemonstertechniek zwerfafval in de waterbodem | Rijksoverheid.nl
Ontwikkelen model zwerfafval transport
Metingen vormen de basis van ons inzicht in zwerfafval, maar het is niet mogelijk om overal en op elk moment te meten. Om de perioden en locaties tussen de metingen beter te kunnen begrijpen, hebben we een model laten ontwikkelen dat het transport van zwerfafval door rivieren simuleert.
Dit model helpt ons om beter inzicht te krijgen in waar zwerfafval zich verplaatst, waar het zich ophoopt en welke factoren van invloed zijn op het transport door het riviersysteem.
Meer informatie over het model is te vinden in het rapport: Verkenning model zwerfafval in rivieren: Gevoeligheidsanalyse en toepassing op de Maas | Rijksoverheid.nl
Ontwikkeling netto transport naar zee
Recente onderzoeken laten zien dat zwerfafval niet automatisch vanuit rivieren naar zee wordt afgevoerd. In het getijdengebied tussen rivier en zee zorgen eb en vloed ervoor dat afval heen en weer wordt verplaatst. Een deel van het zwerfafval blijft daardoor langere tijd in het estuarium aanwezig voordat het uiteindelijk de zee bereikt.
Om beter te bepalen hoeveel zwerfafval daadwerkelijk naar zee wordt getransporteerd, heeft Wageningen University & Research een meetmethodiek voor ons ontwikkeld. Hieruit blijkt dat hiervoor speciale metingen nodig zijn die een volledige getijdencyclus omvatten.
Rijkswaterstaat zal deze metingen eind 2026 uitvoeren. De resultaten moeten meer inzicht geven in het netto transport van zwerfafval van Nederlandse rivieren naar zee en helpen om een belangrijke kennislacune op dit gebied te verkleinen.