Nieuwe regels voor de inzameling, hergebruik en recycling van textiel en schoeisel
Biedt u textiel of schoenen voor het eerst op de markt aan?
Dan gaan er voor u dingen veranderen in 2028. Op 16 oktober 2025 is de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen gewijzigd. De wijziging verplicht alle EU-lidstaten om een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) in te voeren voor textiel en schoenen. Daarmee worden de regels voor de inzameling, sortering, hergebruik en recycling van textiel en schoenen in heel Europa aangescherpt.
Sinds 1 juli 2023 hebben we in Nederland al een UPV voor textiel. Daarmee zijn producenten verantwoordelijk voor het organiseren en financieren van het afvalbeheer van textielproducten. De nieuwe Europese regels sluiten daarop aan, maar brengen ook veranderingen met zich mee. De nieuwe verplichtingen gaan uiterlijk op 1 januari 2028 gelden. Het Ministerie van EZK bereidt de nationale wijziging van de UPV textiel momenteel voor. Om ketenpartijen die te maken krijgen met de veranderingen te informeren, worden informatiebijeenkomsten georganiseerd, bijvoorbeeld in samenwerking met brancheorganisaties.
De belangrijkste wijzigingen van de UPV textiel worden hieronder toegelicht.
Producten die binnen de UPV gaan vallen
Onder de bestaande UPV textiel vallen consumentenkleding, bedrijfskleding en huishoudtextiel, zoals bedlinnen, tafellinnen en huishoudlinnen. Ook in de nieuwe situatie blijft de UPV op deze productgroepen van toepassing. De nieuwe UPV textiel wordt uitgebreid met schoeisel, gordijnen en andere textielproducten. Producenten van de productgroepen (en bijbehorende douanecodes) in de tabel hieronder moeten straks voldoen aan de verplichtingen van de UPV.
Het gaat zowel om textiel voor huishoudelijk gebruik als voor professioneel gebruik, zolang de aard en samenstelling van het product vergelijkbaar zijn. Dat betekent dat werkkleding, zoals werkschoenen of een uniform, in principe ook onder de UPV textiel valt. Enkel producten met veiligheids-, gezondheids- en hygiënerisico’s zijn uitgezonderd. Denk bijvoorbeeld aan veiligheidskleding die is behandeld met specifieke chemicaliën om ervoor te zorgen dat de kleding brandveilig of waterafstotend is.
| Oude reikwijdte | Nieuwe reikwijdte |
|---|---|
| Consumentenkleding en bedrijfskleding (61 en 62) | Kleding (61 en 62) |
| Bedlinnen, tafellinnen, huishoudlinnen (6302) | Bedlinnen, tafellinnen, huishoudlinnen (6302) |
| Toevoeging: Dekens en slaapzakken m.u.v. gewatteerde dekens, donsdekens, etc. (6301) | |
| Toevoeging: Gordijnen, vitrages, rolgordijnen (6303) | |
| Toevoeging: Andere artikelen voor stoffering (6304) m.u.v. matrassen, gewatteerde dekens, etc. (9404) | |
| Toevoeging: Hoofddeksels en hoedvormen (6504, 6506) | |
| Toevoeging: Kleding en toebehoren van leer en kunstleer zoals handschoenen, riemen, broeken, jassen (4203) | |
| Toevoeging: Schoenen (6401 t/m 6405) |
Voor wie de verplichtingen gaan gelden
Een producent is een fabrikant, importeur, distributeur of een andere natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van overeenkomsten op afstand, voldoet aan één van deze vier omschrijvingen:
- gevestigd is in Nederland en textielproducten of schoeiselproducten onder eigen naam of handelsmerk vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en onder eigen naam of handelsmerk voor het eerst in Nederland aanbiedt.
- gevestigd is in Nederland en textielproducten of schoeiselproducten die door andere exploitanten zijn vervaardigd en waarop de naam, het merk of het handelsmerk van die andere exploitanten niet is aangebracht, onder eigen naam of handelsmerk in Nederland doorverkoopt.
- gevestigd is in Nederland en textielproducten of schoeiselproducten voor het eerst beroepsmatig op het grondgebied van Nederland levert vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land.
- in Nederland textielproducten of schoeiselproducten door middel van overeenkomsten op afstand rechtstreeks verkoopt aan eindgebruikers, ongeacht of dat particuliere huishoudens zijn of niet, en die in een andere lidstaat of in een derde land gevestigd is.
Het kan dus zijn dat een bedrijf voorheen wel als producent wordt beschouwd maar onder de nieuwe definitie niet – of andersom.
Nakomen verplichtingen: collectief
Eerst konden producenten onder de UPV textiel kiezen of ze de verplichtingen individueel of collectief naleven. Dat wordt straks enkel collectief. Dat betekent dat producenten het afvalbeheer collectief moeten organiseren door zich aan te sluiten bij een producentenorganisatie of er zelf een op te richten. De producentenorganisatie organiseert het afvalbeheer namens de aangesloten producenten, de producenten betalen hiervoor een afvalbeheerbijdrage.
De nieuwe verplichtingen staan in de volgende regelgeving:
- De tekst van de wijzigingen van het nationale Besluit UPV textiel (waarmee de Europese richtlijn wordt omgezet in Nederlandse regelgeving) is op dit moment nog niet openbaar beschikbaar. In de tekst hieronder worden wel de belangrijkste wijzigingen beschreven.
- De wijzigingen volgen uit artikelen 22 bis tot en met 22 quinquies van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.
- Een groot gedeelte van het bestaande Besluit UPV en Besluit UPV textiel blijft gelden.
1. Registratie, goedkeuring en verslag vervangt huidige melding en verslag
Het huidige meldingssysteem maakt plaats voor een registratie- en goedkeuringssysteem.
In elke lidstaat komt een openbaar register voor producenten van textiel. Rijkswaterstaat beheert het Nederlandse register. Elke producent die onder de UPV textiel valt, zal zich moeten registreren in een openbaar register van de lidstaat. Producenten mogen alleen producten aanbieden in de lidstaat wanneer ze zich hebben geregistreerd. Informatie die in de registratieaanvraag vermeld wordt bestaat onder andere uit de naam, handelsmerk en douanecodes van de producten die ze verkopen.
De aanvraag voor registratie wordt ingediend door een individuele producent, de producentenorganisatie of een gemachtigd vertegenwoordiger. Omdat collectieve nakoming verplicht is, ligt het voor de hand dat de producentenorganisatie dat namens de deelnemende producenten doet. De aanvraag wordt beoordeeld door Rijkswaterstaat. Dat betekent dat een registratieaanvraag kan worden gehonoreerd of geweigerd wanneer informatie en bewijsstukken geheel of gedeeltelijk ontbreken. Ook kan een registratie worden ingetrokken bij het stopzetten van de bedrijfsactiviteiten of bij niet naleving van de UPV-verplichtingen. Zodra een aanvraag voor registratie is goedgekeurd, wordt de producent opgenomen in het register en krijgt een registratienummer toegekend.
Verder is nieuw dat een producentenorganisatie goedkeuring moet krijgen van de lidstaat door aan te tonen dat ze aan alle (financiële) verplichtingen voldoen. Zonder goedkeuring kan de producentenorganisatie geen verplichtingen nakomen namens producenten. Een goedkeuring wordt verleend als is aangetoond dat aan de UPV-verplichtingen wordt voldaan. Dat moet worden onderbouwd door middel van bewijsstukken, die bij Rijkswaterstaat worden aangeleverd via het daarvoor beschikbaar gestelde formulier. Een producentenorganisatie moet daarbij ook aantonen dat ze beschikken over de nodige deskundigheid op het gebied van afvalbeheer en duurzaamheid. In het geval van meerdere producentenorganisaties, zullen ze ook gezamenlijk moeten aantonen hoe ze de verplichtingen op gecoördineerde wijze nakomen. Als de goedkeuring toegekend is, zal de goedkeuring actueel moeten worden gehouden. Wijzigingen moeten zonder onnodige vertraging worden doorgegeven aan Rijkswaterstaat.
Iedere producentorganisatie moet jaarlijks vóór 1 augustus een verslag indienen bij Rijkswaterstaat. Daarin staat hoe de UPV-verplichtingen in het voorgaande kalenderjaar zijn nagekomen. Naast de rapportage over de wettelijke doelstellingen, moeten producentenorganisaties onder andere verslag leggen over:
- Hoeveelheid in de handel gebracht
- Hoeveelheid gescheiden ingezameld
- Hoeveelheid voorbereid voor hergebruik, recycling en vezel-tot-vezelrecycling
- Andere vormen van terugwinning en verwijdering
- Hoeveelheid export van gebruikt textiel en textielafval
- Gegevens over de uitvoering van het innamesysteem
- Gegevens over de uitvoering van de informatieverplichtingen
2. Inzamelsysteem
De volgende eisen gelden voor de producentenorganisatie over het organiseren van het inzamelingssysteem:
- Het systeem moet opgezet worden in samenwerking met in ieder geval één van de volgende partijen: entiteiten van de sociale economie, detailhandelaren, overheidsinstanties of derden die namens die overheidsinstanties gebruikte en afgedankte textielproducten en schoeiselproducten inzamelen, en exploitanten van vrijwillige inzamelpunten.
- Het systeem moet het gehele grondgebied van Nederland bestrijken.
- Er moet een aanhoudende en technisch haalbare toename zijn van de inzameling.
- De producentenorganisatie mag deelname door lokale overheidsinstanties, entiteiten van de sociale economie en hergebruik partijen niet weigeren.
De producentenorganisatie moet ervoor zorgen dat:
- De hierboven genoemde partijen de mogelijkheid hebben om textiel en schoenen in te zamelen.
- Praktische regelingen die nodig zijn voor inzameling en vervoer geregeld zijn.
- Inzameling- en transportcontainers kosteloos beschikbaar worden gesteld.
- Textiel afval van entiteiten van de sociale economie en andere actoren die onderdeel zijn van het inzamelingssysteem kosteloos wordt ingezameld.
3. Doelstellingen textiel en schoenen
Met de uitbreiding van de UPV textiel worden meer textiel- en textiel gerelateerde productgroepen onder de regeling gebracht. Voor deze aanvullende productgroepen blijven de bestaande wettelijke doelstellingen voor voorbereiding voor hergebruik en recycling gelden. Deze producten zijn qua gebruik, samenstelling en verwerking vergelijkbaar met de textielproducten die al onder de UPV vallen.
Voor schoenen worden aparte inzameldoelstellingen uitgewerkt. Uit onafhankelijk onderzoek en gesprekken met de sector blijkt dat de mate waarin schoenen nu en de komende jaren kan worden hergebruikt en met name gerecycled, sterk verschilt van textielproducten. De Europese regels verplichten dat het inzamelsysteem, en de eisen die hieraan gesteld worden, resulteert in een aanhoudende toename van gescheiden inzameling van schoenen. Het opleggen van wettelijke doelstellingen is nodig om in de handhaving te kunnen beoordelen of het inzamelsysteem voldoende functioneert. Bij de voorgenomen doelstellingen voor schoenen is gekozen voor een zo zuiver en lastenluw mogelijke optie. Op basis van de monitoring over de verwerking van textiel van het Ministerie, is bekend dat op dit moment gemiddeld 12% van de schoenen gescheiden wordt ingezameld. Daarom is het voornemen om te starten met een doelstelling van 12% gescheiden inzameling van schoenen, berekend ten opzichte van de hoeveelheid op de markt gebrachte schoenen. Vervolgens neemt dit percentage jaarlijks met 4 procentpunt toe, zodat de gescheiden inzameling van schoenen de komende jaren stapsgewijs verder groeit.
De inzameldoelstellingen voor schoenen zijn een minimumvereiste. Producenten blijven daarnaast verantwoordelijk voor een zorgvuldige verwerking van het ingezamelde schoeisel. Daarbij geldt dat hergebruik en recycling voorop staan. Schoenen moeten eerst worden gesorteerd voor hergebruik en, als dat niet mogelijk is, voor recycling. Zo wordt verbranding zoveel mogelijk beperkt.
4. Eindgebruikers informeren
Ook zijn er in de nieuwe Europese regels aanvullende verplichtingen over het informeren van de consument door de producentenorganisatie: over hoe en waar ze textiel en schoeisel kunnen afgeven en over de impact van textiel en schoenen op het milieu, gezondheid, mens en sociale impact en met name van fast fashion. Ook moet de eindgebruiker gewezen worden op wat ze zelf kunnen doen, zoals hergebruik en reparatie, en op het belang van bewuste en duurzame keuzes. Deze informatie moeten de producentenorganisaties verspreiden via verschillende kanalen, zoals via een website, publieke ruimte, bij inzamelingpunten en campagnes.
5. Financiële verplichtingen
In de nieuwe Europese regels wordt explicieter gemaakt welke financiële verplichtingen producentenorganisaties hebben. Ze moeten bijvoorbeeld de kosten dragen voor de inzameling, sortering, voorbereiding voor hergebruik en recycling van de ingezamelde textielproducten en schoenen. Hieronder valt ook het vervoer van de plek waar inzameling plaatsvindt naar waar verdere verwerking gebeurt. Verder zijn de producentenorganisaties verantwoordelijk voor de kosten van de communicatie naar eindgebruikers, het verzamelen van gegevens voor de verslaglegging en voor de verslaglegging zelf. Daarnaast moeten ze geld beschikbaar maken voor het verrichten van onderzoek naar de samenstelling van het ingezameld gemengd stedelijk afval en voor onderzoek en ontwikkeling ter verbetering van circulair productontwerp en afvalpreventie- en afvalbeheeractiviteiten, in overeenstemming met de afvalhiërarchie en met het oog op het opschalen van vezel-tot-vezelrecycling.
6. Eco-modulatie om circulair ontwerp te stimuleren
Het is op dit moment al verplicht voor producenten om, voor zover mogelijk, de tarieven die producenten betalen te differentiëren en daarbij rekening houden met circulariteit (eco-modulatie). Deze regels worden aangescherpt. Vergoedingen van producenten moeten straks worden gedifferentieerd op basis van de producteisen die in Europa voor textiel worden uitgewerkt in het kader van de Verordening ecologisch ontwerp voor duurzame producten (ESPR). Daarbij kan gedacht worden aan criteria zoals repareerbaarheid, verplichte toepassing van recyclaat en de levensduur van een product.
Verantwoordelijkheden voor onlineplatforms en fulfilmentdienstverleners
Onlineplatforms worden niet aangemerkt als producent, maar krijgen in de nieuwe Europese regels wel een rol in de naleving van producenten. Platforms moeten namelijk informatie ophalen en hierop controleren bij de producenten die op hun platform verkopen vóórdat de producent mag verkopen op het onlineplatform. De producent moet bij het platform aangeven of ze zich hebben geregistreerd in het register van de lidstaat en door middel van zelfcertificering aangeven of ze aan de verplichtingen van de UPV voldoen.
Voor partijen die diensten leveren zoals opslag of verpakking van producten (fulfilmentdienstverleners) gaan vergelijkbare verantwoordelijkheden gelden. Producenten moeten bij deze partijen dezelfde informatie aanleveren zoals geregeld voor onlineplatforms wanneer ze een overeenkomst sluiten met een fulfilmentdienstverlener.
Minder textielafval en strengere regels voor export
Er komen strengere regels om de export van textiel- en schoenafval aan te pakken. Al de ingezamelde producten moeten eerst in detail worden gesorteerd om te bepalen of het afval of herbruikbaar is, voordat het mag worden geëxporteerd. Ook moet het gesorteerde textiel en schoeisel aansluiten bij de behoefte van de ontvangende markt voor tweedehands textiel. Al het gescheiden ingezamelde textiel en schoeisel wordt beschouwd als afval zolang er nog geen beoordeling heeft plaatsgevonden of het geschikt is voor hergebruik. De stromen die worden geëxporteerd, moeten informatie bevatten zoals details over de aanwezige artikelen, het sorteerniveau, en informatie waaruit blijkt dat de producten zijn gesorteerd en voorbereid voor hergebruik. De bevoegde autoriteiten krijgen de mogelijkheid om deze stromen te controleren en eventueel kosten in rekening te brengen bij de producent wanneer er afval zit tussen het herbruikbare textiel.
Het is van belang dat de producentenorganisaties er zorg voor dragen dat deze algemene vereisten aan het afvalbeheer geborgd zijn binnen het inzamelingssysteem en in de afspraken met andere partijen.