Monitoring van zwerfafval op het wateroppervlak
Hoe werkt de techniek?
Drijvend zwerfafval wordt vanaf bruggen geteld. De brug wordt verdeeld in verschillende segmenten, tussen de 3-6 segmenten. Een bredere brug wordt in meer segmenten opgedeeld dan een smallere brug.
In elk segment staat een waarnemer die telt hoeveel zwerfafval er voorbij komt drijven. Ook noteert de waarnemer wat voor type zwerfafval er voorbij komt drijven, bijvoorbeeld of het plastic is of een ander materiaal. Per meetronde wordt elk segment in totaal 40 minuten geteld.
Vervolgens worden de gemeten hoeveelheden drijvend zwerfafval per segment opgeteld en geëxtrapoleerd naar de volledige rivierbreedte. Hierdoor krijgen we inzicht in hoeveel er in totaal voorbij komt drijven, en uit wat voor materiaal het zwerfafval bestaat.
De methode is gebaseerd op de RIMMEL methodiek die is ontwikkeld door het Europese Joint Research Center. Meer informatie over de ontwikkeling van deze methode is te vinden in het rapport: Meetmethodiek voor de monitoring van drijvend zwerfafval in rivierenWaar en wanneer voeren we de metingen uit?
De metingen worden zes keer per jaar uitgevoerd: eenmaal per twee maanden, steeds in dezelfde week van de maand. Door het hele jaar heen te meten, krijgen we inzicht in de seizoensgebonden variatie in de hoeveelheid en samenstelling van drijvend zwerfafval.
In totaal voeren we metingen uit op 10 locaties verdeeld over de Rijn, Maas en IJssel. Hierbij hebben we locaties gekozen die zo ver mogelijk bovenstrooms van de rivier (Lobith, Eijsden, en Westervoort) en zo dicht mogelijk bij de riviermonding (Rotterdam, Kampen, Peereboom, en Hoogvliet).
Hierdoor krijgen we inzicht hoeveel zwerfafval Nederland binnenkomt via de grensrivieren én in de hoeveelheid die via de riviermondingen uiteindelijk richting zee wordt afgevoerd.
Meten van drijvend zwerfafval met camera’s
Naast de handmatige metingen voeren we ook pilots uit waarin we onderzoeken of camera's, eventueel in combinatie met kunstmatige intelligentie (AI), kunnen worden ingezet om drijvend zwerfafval automatisch te tellen.
Het voordeel van camera's is dat zij met een hogere frequentie kunnen meten. Hierdoor neemt de meetfrequentie aanzienlijk toe en ontstaat een veel gedetailleerder beeld van de hoeveelheid zwerfafval die door onze rivieren stroomt. Dit stelt ons in staat om nauwkeuriger te berekenen hoeveel zwerfafval zich in het watersysteem bevindt en wordt afgevoerd.
De eerste resultaten zijn veelbelovend. De resolutie van de camera's blijkt voldoende hoog om zwerfafval betrouwbaar waar te nemen. Daarnaast zijn de AI-modellen inmiddels goed genoeg ontwikkeld om plastic afval met een redelijke nauwkeurigheid automatisch te herkennen en te tellen.
Op dit moment werken we aan een plan voor de operationele inzet van deze techniek, zodat cameramonitoring in de toekomst een waardevolle aanvulling kan vormen op de bestaande meetmethoden.
Meer informatie over het gebruik van camera’s kun je vinden in het rapport: Monitoring zwerfafval in rivieren met technologie