Monitoring van zwerfafval op oevers
Hoe werkt de meting?
Om plastic afval op rivieroevers te meten, zetten we eerst een meetvak uit. Dit vak is 100 meter lang, evenwijdig aan de waterlijn, en maximaal 25 meter breed.
Vervolgens onderzoeken twee tellers het gehele meetvak. Zij starten ieder aan een andere kant en lopen in een zigzagpatroon door het gebied. Daarbij verzamelen zij al het zwerfafval dat zichtbaar is en lopend bereikt kan worden.
Na afloop wordt elk stuk afval geregistreerd volgens de OSPAR-categorieënlijst. Deze internationale standaard bevat meer dan 100 verschillende afvalcategorieën, waaronder plastic flessen, snoepverpakkingen en vapes. Naast het aantal en type afval meten we ook het totale gewicht.
Alle verzamelde afval wordt vervolgens afgevoerd en weggegooid. Zo laten we de oever schoner achter dan we deze aantroffen.
De meettechniek is gebaseerd op de OSPAR-strandafvalmethodiek en aangepast voor toepassing op rivieroevers. Meer informatie over de ontwikkeling van deze methode is te vinden in het rapport: eindrapport-ontwikkeling-monitoringsmethodiek
Waar en wanneer voeren we de metingen uit?
De metingen vinden vier keer per jaar plaats: in de lente, zomer, herfst en winter. Door elk seizoen te meten, krijgen we inzicht in de hoeveelheid en samenstelling van zwerfafval gedurende het jaar.
In totaal voeren we metingen uit op 50 locaties. Veertig locaties liggen langs de Rijn, Maas en IJssel. De overige tien bevinden zich langs de Westerschelde.
De locaties zijn zorgvuldig geselecteerd en verspreid over de verschillende riviertrajecten. Daarbij houden we rekening met factoren zoals de verwachte vervuilingsgraad, de nabijheid van stedelijk gebied en de oriëntatie van de oever. Op deze manier krijgen we een representatief beeld van het zwerfafval op Nederlandse rivieroevers. Hiermee houden we veranderingen door de tijd in de gaten, over de totale hoeveelheid zwerfafval en de samenstelling ervan.
Oeverschouw: waar ligt het meeste zwerfafval?
Elk jaar bekijken we waar de hotspots liggen. Dit zijn plekken waar veel afval verzamelt. Dit doen we met een oeverschouw. We varen dan langs een deel van de oevers van de grote Nederlandse rivieren. Elke 50 meter wordt vanaf de boot gekeken hoeveel zwerfafval er ligt.
Deze scores worden vervolgens op een kaart weergegeven. Zo ontstaat een landelijk overzicht van schone en vervuilde locaties en kunnen hotspots van zwerfafval eenvoudig worden geïdentificeerd. Zo begrijpen we steeds beter waar zwerfafval ophoopt en waarom. Ook kan deze kaart gebruikt worden voor gerichte opruimacties.
Meer informatie over deze techniek is in het eindrapport-ontwikkeling-monitoringsmethodiek te vinden: