Vernietigingsverbod voor textiel
Uitzonderingen op het verbod vernietiging onverkochte voorraden
Het verbod vernietiging onverkochte voorraden moet voorkomen dat ongedragen, onverkochte kleding, accessoires en schoenen worden vernietigd. Deze regels vallen onder de ESPR. De gedelegeerde handeling over de uitzonderingen op het verbod op de vernietiging van onverkochte goederen onder ESPR is op 9 februari 2026 door de Europese Commissie aangenomen.
Wat betekent dit concreet?
- Het verbod op de vernietiging van onverkochte kleding, kledingaccessoires en schoeisel, inclusief de bijbehorende uitzonderingen, geldt voor grote ondernemingen vanaf 19 juli 2026.
- Middelgrote ondernemingen worden geacht hier vanaf 2030 aan te voldoen.
- Micro- en kleine ondernemingen zijn vrijgesteld.
- De gedelegeerde handeling over de uitzonderingen op het verbod, beschrijft specifieke en gerechtvaardigde situaties waar vernietiging van onverkochte voorraden is toegestaan, bijvoorbeeld om veiligheidsredenen of bij productschade.
Welke processtappen zijn gezet om te komen tot deze wetgeving?
- 2019-2020 – EU Green Deal (de basis voor duurzaam productbeleid).
- 30 maart 2022 – publicatie ESPR-voorstel door Europese Commissie.
- 2022-2024 – onderhandelingen Parlement en Raad: vernietigingsverbod wordt onderdeel van ESPR-kader.
- 18 juli 2024 – Formele inwerkingtreding van de ESPR.
- 2025 - Ecodesign Forum, publieke consultaties en Member States Expert Group (overleggen en inspraakmomenten ter voorbereiding van de gedelegeerde handeling)
- 9 februari 2026 – Adoptie van de regels, die specifiek de uitzonderingen op het vernietigingsverbod invoeren.
- 2026-2030 – Gefaseerde implementatie van het verbod voor ondernemingen.