Eerste afvalbenchmark voor de horecagroothandels
Binnen de koplopergroep Horecagroothandels is een eerste afvalbenchmark uitgevoerd. De afvalgegevens van 6 horecagroothandels over 2023 en 2024 zijn samengevoegd, wat een eerste indruk geeft van de afvalsamenstelling en -hoeveelheden in deze sector. De resultaten maken duidelijk waar kansen liggen voor de horecagroothandels om de afvalimpact te reduceren. In dit artikel delen we geanonimiseerde resultaten en bevindingen. Stimular voerde de benchmark uit.
Scope van de afvalbenchmark
De afvalbenchmark richt zich op bedrijfsafval. Gevaarlijk afval valt buiten de scope. Voor de onderlinge vergelijkbaarheid is de bouw- en sloopafvalstroom ook niet meegenomen. Dit fluctueert van jaar tot jaar sterk door renovatieprojecten en dit afval wordt ook vaak door aannemers afgevoerd, waardoor de horecagroothandels hier geen inzicht in hebben.
Afval eerlijk vergelijken
Bij het ophalen van de afvaldata merkten we dat nog niet alles even accuraat was. Aanvullende vragen hielpen om de data verder uit te diepen, zodat de afvaldata die gebruikt zijn voor de benchmark zo goed mogelijk kloppen. Naar verwachting worden de data steeds accurater bij herhalingen van de afvalbenchmark.
Omdat dit de eerste afvalbenchmark voor de horecagroothandels is, zochten we een geschikte vergelijkingsbasis om het afval van de deelnemers onderling te vergelijken. We vergeleken kilogram (kg) afval per m2 vloeroppervlak en per medewerker (fte). Beide vergelijkingsmaten geven een heel verspreid beeld tussen de deelnemers. Vergelijken op andere bedrijfsgegevens zoals omzet of ingekochte/verkochte producten ging voor deze afvalbenchmark niet, omdat deze gegevens niet altijd inzichtelijk zijn of gedeeld kunnen worden. Uiteindelijk is ervoor gekozen om voor deze afvalbenchmark te vergelijken op m2 vloeroppervlak. Dit gegeven wordt namelijk op de meest universele manier gemeten tussen de deelnemers. Bij volgende afvalbenchmarks is het interessant te proberen of het mogelijk is om op omzet en/of ingekochte/verkochte producten te vergelijken om te onderzoeken of dit een meer passende vergelijkingsmaat is.
Grote verschillen tussen deelnemers
Het vloeroppervlak is voor alle deelnemers in 2023 en 2024 hetzelfde gebleven, waardoor wijzigingen in de afvalbenchmark niet worden veroorzaakt door een uitbreiding of verkleining van het vloeroppervlak. Mogelijke verklaringen voor wijzigingen in het afval kunnen zijn door een hoger verkoopcijfer, of producten met meer verpakkingsmateriaal of veranderende bedrijfsactiviteiten.
Het gemiddeld aantal kilogram afval per m2 verschilt erg tussen de deelnemers met een minimum van 5 kg en een maximum van 64 kg. Hieraan ten grondslag ligt aan de ene kant de volledigheid en accuraatheid van de data (zie hierboven). Daarnaast voeren de horecagroothandels verschillende activiteiten uit. Zo portioneert en verpakt de ene deelnemer producten op verzoek, terwijl een andere deelnemer als kernbedrijfsactiviteit directe verkoop aan klanten in een winkel heeft. Dit zorgt ervoor dat het vloeroppervlak op verschillende manieren gebruikt wordt en dus een verschillend afvalbeeld geeft.
Dit zorgt voor grote verschillen in het gemiddelde kg afval per deelnemer. Er is een grotere groep deelnemers aan de afvalbenchmark nodig om hierin clusters te kunnen onderscheiden (zoals bij de afvalbenchmark voor het hoger onderwijs).
De gemiddelde hoeveelheid afval per m2 is in 2024 10% gedaald ten opzichte van 2023 (figuur 2). Dit is vooral te verklaren door de afname in de totale hoeveelheid afval bij de grootste deelnemer (qua fte en vloeroppervlak) van 17%. Het is echter nog te vroeg om een trend te ontdekken, dit zal pas blijken na het meerdere keren uitvoeren van de afvalbenchmark.
Afvalscheiding
Door alle horecagroothandels samen zijn 20 verschillende afvalstromen ingezameld. Figuur 3 laat zien wat de belangrijkste afvalstromen zijn. We hebben daarbij de 20 afvalstromen gegroepeerd in 8 categorieën: biogeen, papier en karton, kunststof, glas, restafval, hout, ICT en WEB (elektronica afval) en metaal.
In 2024 was het gemiddelde afvalscheidingspercentage 74%. Dit betekent dat 26% van het afvalgewicht restafval was. Het hoge scheidingspercentage komt vooral door de scheiding van papier (59%), maar dit zorgt wel voor veel kilogram afval.
Papier en karton
Waar voor veel sectoren restafval de grootste afvalstroom is, is dit voor horecagroothandels het papier en karton. Gezien de bedrijfsactiviteit van horecagroothandels komt dit niet als een verassing. Horecagroothandels kopen groot in en verkopen vervolgens vaak weer in kleinere hoeveelheden. Hierbij komen de grote omverpakkingen bij de horecagroothandels dus vrij en worden daar gescheiden weggegooid voor recycling. Recycling lijkt een goede oplossing, omdat de grondstoffen voor het karton zelf hergebruikt worden en het geld oplevert voor de horeca groothandels. Daarmee lijkt dit een circulaire oplossing.
Echter, naast de grondstoffen voor het karton zelf, zijn er voor recycling ook nieuwe grondstoffen nodig, waaronder energie voor recycling en productie en chemicaliën om grondstoffen geschikt te maken voor recycling. Daarnaast kun je papier en karton niet oneindig recyclen, in tegenstelling tot glas en blik. Gemiddeld kunnen papier en kartonvezels ongeveer 7 keer worden hergebruikt (bij zeer goede kwaliteit van verwerking kan dit aantal oplopen tot maximaal 25 keer). Daarna zijn de houtvezels te kort geworden en zijn ze alleen nog te verwerken in producten die minder sterkte vereisen, zoals wc-papier, krantenpapier of eierdozen. Eigenlijk klopt het woord papierrecycling dus niet helemaal, maar spreek je van downcycling. Dit betekent dat in de grondstofketen van papier en karton altijd nieuw materiaal aanwezig moet zijn. Recycling staat daarom ook bijna onderaan de R-ladder (figuur 4).
Ondanks dat recycling niet de meest duurzame manier is, hebben de horecagroothandels wel opbrengst van het inleveren van oud papier en karton. Dit geeft een verkeerde incentive voor reductie van het papier- en kartonafval, want dan vallen deze inkomsten weg. Echter betaalt de horeca groothandel al voor het karton als verpakkingsmateriaal bij de toeleverancier/producent. Dit valt alleen niet zo op, omdat dat verscholen zit in de totaalprijs.
Stimular gaat onderzoeken of karton te reduceren is zonder negatieve financiële consequenties. Houd de horecagroothandelspagina van VANG Buitenshuis in de gaten voor de resultaten.
Restafval
Na papier en karton is het restafval de grootste stroom. Als we kijken naar de milieu-impact (figuur 5), is het aandeel van deze afvalstroom nog groter dan papier en karton. Dit is dus een belangrijke stroom om te verduurzamen, omdat hier veel positieve impact mee te maken is.
De milieubelasting van een afvalstroom wordt bepaald aan de hand van de mate waarin het afval wordt gerecycled, verbrand en/of gestort. We bekijken afval dus vanuit het perspectief van de circulaire economie. Meer hergebruik betekent een lagere milieubelasting. Daarbij worden milieuprijzen gebruikt die meer milieuaspecten meenemen dan alleen de CO2. De milieubelasting in figuur 5 geeft dus wel een goed beeld, maar we adviseren om afval vooral als grondstofthema te analyseren. Stuur op circulaire economie, hoogwaardig hergebruik en recycling. Om de milieubelasting van restafval te verminderen, is het goed om (gescheiden) afvalstromen uit het restafval te halen. Deze stromen zijn beter te recyclen en/of er ontstaat überhaupt minder afval. De milieu-impact van deze stromen is daardoor lager. De kansen hiervoor kunnen het beste in kaart worden gebracht door een afvalsorteeranalyse uit te (laten) voeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan goed plastic flesjes scheiden voor recycling, herbruikbare koffiebekers gebruiken in plaats van wegwerp, en bulkverpakkingen inkopen in plaats van eenpersoonsverpakkingen (bijvoorbeeld voor suiker, melk, et cetera).
Biogeen
Het biogeenafval is slechts een klein aandeel in het totale afval: 9% (figuur 3). Toch is het belangrijk om deze afvalstroom te verduurzamen. Als het bij het afval belandt, telt niet alleen de impact van de afvalverwerking mee. Ook de milieu-impact van de productie weegt per weggegooid product mee, want het product is voor niks geproduceerd. Tijdens de bijeenkomst werd gedeeld dat onder andere First-In-First-Out (FIFO) vullen en initiatieven zoals TooGoodToGo of de voedselbank helpen om voedselverspilling tegen te gaan.
Tips
Veel organisaties hebben nog weinig inzicht in hun afvalsituatie waardoor erop sturen lastig is. Het is daarom aan te raden om met je afvalinzamelaar in gesprek te gaan. Zo krijg je meer inzicht en kun je erachter komen waar kansen liggen in jouw organisatie voor betere afvalscheiding en vermindering. Een afvalscan kan daarbij helpen. Zo is een deelnemer samen met zijn afvalinzamelaar bezig om meer afvalstromen in beeld te krijgen en daar duurzamere oplossingen voor te vinden. De drijvende kracht in deze zoektocht blijkt een aanjager: iemand die het goede voorbeeld geeft en autoriteit heeft. De volgende stap zijn (rest)afvalscans. Een andere deelnemer is naar aanleiding van de gegevens die gevraagd werden voor deze afvalbenchmark, gestart met meer inzicht krijgen in hun afvalsituatie, samen met hun afvalinzamelaar.
Een afvalinzamelaar kan ondersteunen met:
- een compleet en helder overzicht of dashboard van afvalstromen, met de gewogen gewichten per stroom
- een restafvalscan
- een afvalplan om restafval te minimaliseren
- campagnemateriaal voor betere afvalscheiding
- een passende inrichting van gescheiden afvalbakken
Zelf aan de slag met circulair afvalbeheer? Schrijf je in voor Circulair Vooruit op VANG Buitenhuis.
Dit artikel is gepubliceerd binnen de koplopergroep ‘afval en circulair’ met horecagroothandels. Deze is geïnitieerd en gefinancierd door het programma VANG Buitenshuis van Rijkswaterstaat. Stichting Stimular begeleidt de koplopergroep.
